| Nieuwsbericht | 18-12-2007 |
› Overzicht |
Vrijwillige voortzetting pensioenopbouw |
In de Pensioenwet is de bepaling opgenomen dat voor de voortzetting van de pensioenregeling na beëindiging van de dienstbetrekking van zogenaamde IB-ondernemers een termijn van tien jaar geldt in plaats van drie jaar. Daarmee biedt de Pensioenwet meer ruimte voor voortzetting van de pensioenopbouw dan op grond van de fiscale regelgeving voor fiscale faciliering in aanmerking komt.
De staatssecretaris van Financiën heeft besloten de fiscale regelgeving niet aan te passen aan de Pensioenwet. In een brief aan de Tweede Kamer geeft hij hiervoor de volgende argumenten: - er is geen rechtvaardiging om onderscheid te maken tussen groepen ex-werknemers
- er is geen rechtvaardiging om onderscheid te maken tussen groepen zelfstandigen (nl. de zelfstandigen die werknemer zijn geweest en de zelfstandigen die dat niet zijn geweest)
- er zijn budgettaire consequenties
De fiscale voorwaarden waaronder vrijwillige voortzetting van de pensioenregeling mogelijk is, zoals bepaald in het besluit van 16 maart jl., blijven daarmee ongewijzigd. Volledigheidshalve vermelden we ze hier: - De belanghebbende is als werknemer gedurende ten minste drie jaren deelnemer geweest aan de pensioenregeling die hij vrijwillig voortzet
- Wijziging van de pensioenregeling tijdens de vrijwillige voortzetting is slechts toegestaan wanneer de pensioenrechten van de werknemer daardoor niet worden verbeterd
- Er mag geen sprake zijn van een pensioenregeling bij een eventuele nieuwe werkgever, de vorming van een oudedagsreserve of deelname aan een beroepspensioenregeling
- In principe vindt de vrijwillige voortzetting niet plaats binnen drie jaren voorafgaande aan de pensioendatum van de regeling die wordt voortgezet
|
Bron: Brief van de staatssecretaris van Financiën |